Kleurtoon en verzadiging aanpassen
Verzadiging is de zuiverheid of levendigheid van de kleur, uitgedrukt in de afwezigheid van wit. Een kleur met 100% verzadiging bevat geen wit. Een kleur met 0% verzadiging correspondeert met een grijstint. De kleurtoon is de eigenschap die een bepaalde kleur definieert. Blauw, groen en rood zijn bijvoorbeeld allemaal kleurtonen.
Kleurtoon verwijst naar de daadwerkelijke kleur (zoals rood of geel). Verzadiging is de levendigheid van de kleur. Fel oranje is bijvoorbeeld een sterk verzadigde kleur. Wanneer de verzadiging wordt verminderd (terwijl de kleurtoon en de helderheid ongewijzigd blijven), wordt de oranje kleur bruinachtig, daarna donkergrijs en uiteindelijk een neutrale kleur grijs (wanneer de verzadiging op nul is ingesteld). Door de verzadiging te verminderen wordt de kleur 'weggezogen' en blijft alleen de grijswaardecomponent over. Donkergrijs en zacht paars zijn kleuren met een vrij lage verzadiging, omdat ze neutraal zijn met slechts een beetje kleur. Appelrood en banaangeel zijn kleuren met een hoge verzadiging. Verzadiging geeft het verschil aan tussen een kleur en een neutrale grijze kleur met dezelfde helderheid.
Door het verhogen van de verzadiging van digitale afbeeldingen kunnen de kleuren van een afbeelding helderder en 'pittiger' worden. Te veel verzadiging kan echter kleuren vervormen en problemen als onnatuurlijke huidtinten veroorzaken. Met het bedieningselement Levendigheid kunt u alleen die gebieden met een lage verzadiging behandelen, zonder de rest van de afbeelding te beïnvloeden. U kunt bijvoorbeeld kleuren feller maken in delen met een lage verzadiging zonder dat de huidskleur erg verandert.
PaintShop Pro biedt vier manieren voor het aanpassen van de kleurtoon en de verzadiging van een selectie of een volledige afbeelding:
U kunt alle kleuren door één kleur en verzadiging vervangen zonder de helderheidswaarden te wijzigen. U kunt sepiatonen, zoals de bruintinten die u in oude foto’s ziet, en andere eenkleurige effecten creëren.
U kunt alle kleuren verschuiven en de sterkte en helderheid wijzigen. Door de toon te veranderen worden alle pixels in een afbeelding naar een ander punt in het kleurwiel verschoven. Wilt u bijvoorbeeld de rode pixels groen maken, dan worden de groene pixels blauw en de gele pixels cyaan. Bij het wijzigen van de verzadiging wordt de hoeveelheid grijs in een kleur bijgesteld. (Het grijsniveau wordt groter naarmate de verzadiging afneemt.) Wanneer de helderheid van de afbeelding wordt gewijzigd, wordt ook de helderheid van de kleur aangepast.
U kunt één of meerdere kleuren vervangen. U kunt bijvoorbeeld alle groene tinten naar blauwe verschuiven. U kunt ook de verzadiging of de helderheid wijzigen. Wanneer u deze waarden aanpast, worden alle kleuren (zowel oorspronkelijke als verschoven) aangepast.
U kunt alleen de kleuren met de minste verzadiging in de afbeelding met Levendigheid aanpassen en zo ongewijzigde pixels met een redelijke verzadiging links laten liggen. Het resultaat is dat u de verzadiging in de kleuren van een afbeelding algemeen zult verbeteren, maar niet in die mate dat de kleuren onrealistisch helder worden. Het bedieningselement Levendigheid wordt aanbevolen voor het toevoegen van verzadiging aan portretten, aangezien u hiermee de huidtinten beschermt, zodat de huidskleur van het onderwerp niet te veel verzadigd en daardoor vernietigd worden.
* Duotoonafbeeldingen maken
tabblad Bewerken 
1 Kies Aanpassen Kleurtoon en verzadiging Inkleuren.
Het dialoogvenster Inkleuren wordt geopend.
Opmerking: U kunt een tweekleurenafbeelding of duotoon met subtielere kleurwijzigingen maken als u het volgende doet voordat u de opdracht Inkleuren kiest. Kies Afbeelding Grijsschaal en daarna Afbeelding Kleurdiepte uitbreiden RGB - 8 bits/kanaal.
2 Typ of stel de volgende waarden in.
Kleurtoon — geeft de kleurtoon aan waarin alle huidige kleuren worden gewijzigd
Verzadiging— geeft de verzadiging aan van de geselecteerde kleurtoon
3 Klik op OK.
* Kleurtoon, verzadiging en helderheid aanpassen
tabblad Bewerken 
1 Kies Aanpassen Kleurtoon en verzadiging Kleurtoon/verzadiging/helderheid.
Het dialoogvenster Kleurtoon/verzadiging/helderheid verschijnt. De buitenste kleurcirkel in het dialoogvenster geeft de oorspronkelijke waarde van de kleuren in de afbeelding aan. De aangepaste kleuren verschijnen in de binnenste kleurcirkel.
2 Voer een van de volgende handelingen in de vervolgkeuzelijst Bewerken uit:
Kies Hoofd wanneer u alle kleuren gelijktijdig wilt bewerken.
Wilt u een specifiek kleurbereik bewerken, dan kiest u Roodbereik, Geelbereik, Groenbereik, Cyaanbereik, Blauwbereik of Magentabereik.
Als u een kleurbereik wilt bewerken, kunt u de controlecirkel gebruiken die tussen de binnenste en de buitenste kleurcirkel verschijnt om het te bewerken bereik aan te passen. Om de breedte van het bereik te veranderen, sleept u de twee buitenste punten van de controlecirkel. Om de gebieden waarin de aanpassingen naar volledig effecten moeten worden toegepast te wijzigen, sleept u de twee binnenste balken (het volledige effect wordt toegepast tussen de balken). U verplaatst het aanpassingsgebied door de witte cirkels te verslepen.
3 De schuifregelaar Kleurtoon slepen.
De waarde voor Kleurtoon geeft de wijziging van de oorspronkelijke kleur weer als het aantal gedraaide graden over het kleurwiel van 360 graden. Een positieve waarde betekent een rotatie rechtsom en een negatieve waarde een rotatie linksom. Wanneer de kleurtoonwaarde bijvoorbeeld op 180 ingesteld is, wordt blauw geel en wordt groen magenta.
4 Pas de schuifregelaar Verzadiging aan.
Als u de schuifregelaar naar boven sleept, neemt de verzadiging toe; als u de schuifregelaar naar onder sleept, neemt de verzadiging af. Het bereik is –100 tot 100. Een waarde van 0 behoudt de oorspronkelijke instelling.
5 Pas de schuifregelaar Helderheid aan.
Als u de schuifregelaar naar boven sleept, neemt de helderheid toe; als u de schuifregelaar naar onder sleept, neemt de helderheid af. Het bereik is –100 tot 100. Een waarde van 0 behoudt de oorspronkelijke instelling.
6 Klik op OK.
U kunt een afbeelding omzetten in duotoon (twee kleuren) door het vakje Inkleuren te selecteren. U kunt nu een kleurtoon selecteren en de verzadigings- en helderheidswaarden bijstellen om de afbeelding in te kleuren.
* Kleuren verschuiven
tabblad Bewerken 
1 Kies Aanpassen Kleurtoon en verzadiging Kleurtoonverdeling.
Het dialoogvenster Kleurtoonverdeling wordt geopend.
Opmerking: In het groepsvak Kleurverschuiving toont de bovenste rij kleurvakken 10 oorspronkelijke kleuren. De onderste rij kleuren toont de verschoven kleuren. Elke kleur wordt uitgedrukt in graden rond het kleurenwiel (360 graden).
2 Verstel de schuifregelaar voor elke kleur die u wilt verschuiven.
3 Klik op OK.
 
U kunt ook
 
De verzadiging van alle kleuren veranderen
Voer of stel een waarde in van –100 tot 100 bij Verschuiving verzadiging.
De helderheid van alle kleuren veranderen
Voer of stel een waarde in van –100 tot 100 bij Verschuiving helderheid.
De standaardinstellingen voor de kleuren terugzetten
Kies in de vervolgkeuzelijst Voorinstelling laden de optie Standaard.
* De kleur van de delen van een afbeelding met de minste verzadiging versterken
tabblad Bewerken 
1 Kies Aanpassen Kleurtoon en verzadiging Levendigheid.
Het dialoogvenster Levendigheid wordt geopend.
2 Klik op de pijl naast Voorbeeld om het voorbeeld te openen.
Als u rechtstreeks in de afbeelding een voorbeeld van het resultaat wilt zien, schakel dan het selectievakje Voorbeeld op afbeelding in.
3 Pas de schuifregelaar Sterkte aan.
Als u de schuifregelaar naar rechts sleept, wordt de verzadiging van de kleuren met de minste verzadiging hoger; als u de schuifregelaar naar links sleept, wordt de verzadiging lager.
Het bereik is –100 tot 100. Een waarde van 0 behoudt de oorspronkelijke instellingen van de afbeelding.
4 Klik op OK.