Reflectie-effecten toepassen
De reflectie-effecten omvatten onder andere effecten zoals een caleidoscoop of een ingewikkeld patroon.
* Weerspiegeling
tabblad Bewerken 
Met het effect Weerspiegeling ziet de afbeelding eruit alsof deze wordt weerspiegeld in concentrische vierkanten of cirkels. U kunt het dialoogvenster Weerspiegeling openen door Effecten Reflectie-effecten Weerspiegeling te kiezen.
Het dialoogvenster Weerspiegeling bevat de volgende bedieningselementen:
Dekking — bepaalt de kracht van het effect. Naarmate de dekking toeneemt, is er meer van het effect te zien en minder van het oorspronkelijke uiterlijk van de afbeelding.
Intensiteit — bepaalt het aantal herhalingen van de afbeelding.
Horizontale verschuiving — plaatst het midden van het weerspiegelingseffect horizontaal in de afbeelding. De positie is een percentage van de breedte van de afbeelding. Bij 50 begint het weerspiegelingseffect in het midden van de afbeelding. Door de waarde te verhogen wordt het midden naar rechts verplaatst. Door de waarde te verlagen wordt het midden naar links verplaatst.
Verticale verschuiving — plaatst het midden van het weerspiegelingseffect verticaal in de afbeelding. De positie is een percentage van de hoogte van de afbeelding. Bij 50 begint het weerspiegelingseffect in het midden van de afbeelding. Door de waarde te verhogen wordt het midden naar onder verplaatst. Door de waarde te verlagen wordt het midden naar boven verplaatst.
Ovaal — maakt de weerspiegeling ovaal. U kunt het selectievakje uitschakelen om terug te keren naar de rechthoekige (standaard)vorm van de weerspiegeling.
* Caleidoscoop
tabblad Bewerken 
Met het effect Caleidoscoop wordt een cirkelvormig gebied van een afbeelding of selectie veranderd in een rond patroon. Het resultaat is vergelijkbaar met het patroon dat u kunt zien in een caleidoscoop. U kunt het dialoogvenster Caleidoscoop openen door Effecten Reflectie-effecten Caleidoscoop te kiezen.
Het dialoogvenster Caleidoscoop bevat de volgende bedieningselementen:
Horizontale verschuiving — bepaalt de horizontale oorsprong van het effect. Met negatieve waarden wordt de cirkelvormige oorsprong naar links verplaatst. Met positieve waarden wordt de cirkelvormige oorsprong naar rechts verplaatst. De waarden zijn een percentage van de breedte van het bereik.
Verticale verschuiving — bepaalt de verticale oorsprong van het effect. Met negatieve waarden wordt de cirkelvormige oorsprong omhoog verplaatst. Met positieve waarden wordt de cirkelvormige oorsprong omlaag verplaatst. De waarden zijn een percentage van de hoogte van de afbeelding.
Rotatiehoek — bepaalt welke randen verlicht en welke met schaduw worden weergegeven. De naald wijst in de richting van de lichtbron, gemeten in rotatiegraden rond de cirkel.
Schaalfactor — bepaalt hoeveel van het cirkelvormige gebied wordt vergroot of verkleind wanneer u het caleidoscooppatroon maakt. Naarmate u de schaal verkleint, wordt het patroon vaker herhaald.
Herhalingsfactor — bepaalt de herhalingen van het patroon. Het aantal herhalingen bepaalt de breedte van de cirkel. Wanneer u een lagere waarde opgeeft, wordt de boog minder vaak herhaald.
Aantal ringen — bepaalt het aantal keren dat de cirkels van het patroon worden herhaald.
Radiale zuiging — bepaalt waar in de cirkel de afbeeldingsgegevens worden gebruikt om het patroon te maken. Naarmate u de waarde verhoogt, wordt dit gebied in de richting van de buitenste rand van de cirkel geduwd.
Omloop — behandelt de afbeelding als een mozaïekstukje dat in elke richting wordt herhaald.
Herhalen — herhaalt de randpixel van elke kant oneindig naar buiten.
Kleur — hiermee kunt u een kleur kiezen om pixels buiten de grenzen aan te geven. U kunt met de linkermuisknop klikken op het kleurvak om het dialoogvenster Kleur te openen of met de rechtermuisknop om het dialoogvenster Recente kleuren te openen.
Weerspiegelen — weerspiegelt de randpixels van elke kant.
* Patroon
tabblad Bewerken 
Met het effect Patroon wordt een afbeelding of selectie veranderd in een ingewikkeld geometrisch patroon. U kunt deze patronen gebruiken om naadloze elementen te maken voor de achtergrond van een webpagina. U kunt het dialoogvenster Patroon openen door Effecten Reflectie-effecten Patroon te kiezen.
Het dialoogvenster Patroon bevat de volgende bedieningselementen:
Horizontale verschuiving — bepaalt de horizontale oorsprong van het effect. Met negatieve waarden wordt de oorsprong naar links verplaatst. Met positieve waarden wordt de oorsprong naar rechts verplaatst. De waarden zijn een percentage van de breedte van het bereik.
Verticale verschuiving — bepaalt de verticale oorsprong van het effect. Met negatieve waarden wordt de oorsprong omhoog verplaatst. Met positieve waarden wordt de oorsprong omlaag verplaatst. De waarden zijn een percentage van de hoogte van de afbeelding.
Rotatiehoek — bepaalt welke randen verlicht en welke met schaduw worden weergegeven. De naald wijst in de richting van de lichtbron, gemeten in rotatiegraden rond de cirkel.
Schaalfactor — bepaalt de grootte van het patroon. Met de standaardwaarde 0 wordt de oorspronkelijke schaal van de afbeelding gebruikt. Naarmate u de schaal verkleint, wordt het patroon vaker herhaald.
Aantal kolommen — bepaalt het aantal keren dat het patroon van links naar rechts in de afbeelding wordt herhaald bij een schaalfactor 0.
Aantal rijen — bepaalt het aantal keren dat het patroon van boven naar onder in de afbeelding wordt herhaald bij een schaalfactor 0.
Horizontale verschuiving — verplaatst het patroon binnen het afbeeldingsvenster. U kunt een specifiek gedeelte van het patroon in het midden plaatsen. U kunt dit vak gebruiken in combinatie met het vak Schaalfactor om een naadloos patroon te maken.
Verticale verschuiving — verplaatst het patroon binnen het afbeeldingsvenster. U kunt een specifiek gedeelte van het patroon in het midden plaatsen. U kunt dit vak gebruiken in combinatie met het vak Schaalfactor om een naadloos patroon te maken.
* Roterende spiegel
tabblad Bewerken 
Met het effect Roterende spiegel wordt een afbeelding of selectie weerspiegeld langs een radiale hoek. U kunt het dialoogvenster Roterende spiegel openen door Effecten Reflectie-effecten Roterende spiegel te kiezen.
Het dialoogvenster Roterende spiegel bevat de volgende bedieningselementen:
Horizontale verschuiving — verplaatst het middenpunt van de weerspiegelingslijn weg van het midden van de afbeelding. De waarde is een percentage van de breedte van de afbeelding. Met negatieve horizontale waarden wordt de weerspiegelingslijn naar links verplaatst, terwijl deze met positieve waarden naar rechts wordt verplaatst. De horizontale verschuiving heeft geen invloed op horizontale lijnen.
Verticale verschuiving — verplaatst het middenpunt van de weerspiegelingslijn weg van het midden van de afbeelding. De waarde is een percentage van de hoogte van de afbeelding. Met negatieve waarden wordt de weerspiegelingslijn verhoogd en met positieve waarden verlaagd. De verticale verschuiving heeft geen invloed op verticale lijnen.
Rotatiehoek — bepaalt de hoek van de rotatielijn. De hoek komt overeen met de graden van een cirkel, dus door een waarde tussen 0 en 180 in te voeren, ontstaat een weerspiegeling langs een verticale lijn. Door een waarde tussen 90 en 270 in te voeren, ontstaat een weerspiegeling langs een horizontale lijn. U kunt diagonale lijnen tussen de hoeken maken door 45, 135, 225 en 315 in te voeren.
Omloop — behandelt de afbeelding als een mozaïekstukje dat in elke richting wordt herhaald.
Herhalen — herhaalt de randpixel van elke kant oneindig naar buiten.
Kleur — hiermee kunt u een kleur kiezen om pixels buiten de grenzen aan te geven. U kunt met de linkermuisknop klikken op het kleurvak om het dialoogvenster Kleur te openen of met de rechtermuisknop om het dialoogvenster Recente kleuren te openen.
Weerspiegelen — weerspiegelt de randpixels van elke kant.