Scripts bewerken in Corel PaintShop Pro
U kunt scripts bewerken via de gebruikersinterface van PaintShop Pro of door de Python-code van het script te wijzigen in een teksteditor. Zie Scripts bewerken met een teksteditor voor meer informatie over het bewerken van scripts.
* Het momenteel geselecteerde script bewerken
tabblad Bewerken 
1 Klik op Geselecteerd script bewerken om het dialoogvenster Scripteditor te openen.
De opdrachten en acties waaruit het script bestaat, worden weergegeven in het groepsvak Scriptopdrachten.
2 Wijzig het script.
Specifieke bewerkingen staan in de onderstaande tabel.
Opmerking: Opdrachten die cursief worden weergegeven en als ‘NIET bewerkbaar’ worden aangeduid, kunnen niet voor bewerking worden geselecteerd.
3 Klik op Opslaan.
4 Klik op Sluiten.
 
U kunt ook
 
Een scriptactie of scriptopdracht uitschakelen
Het selectievakje naast de actie of opdracht uitschakelen
Een scriptactie of -opdracht verwijderen
Klik op de actie of op de opdracht en klik op Verwijderen
De bij het script behorende Python-code weergeven of bewerken
Klik op Teksteditor. Het script wordt nu geopend met de teksteditor die in het dialoogvenster Bestandslocaties is toegewezen. Totdat u een andere toepassing opgeeft, is Kladblok de standaardeditor.
Als de scriptindeling onleesbaar is of het script handmatig in een teksteditor is gemaakt of bewerkt, kan het script niet worden geopend in de scripteditor van PaintShop Pro. Het script wordt dan geopend in de standaardteksteditor die is opgegeven in het dialoogvenster Bestandslocaties. Zie Scripts bewerken met een teksteditor voor meer informatie.
Als het script dat u wilt bewerken niet in de vervolgkeuzelijst Script selecteren staat, kiest u Bestand Script Bewerken en kiest u de map waarin het script is opgeslagen. Wanneer u het script opent, worden de gegevens weergegeven in het dialoogvenster Scripteditor.
* Een afspeelmodus instellen voor een scriptactie of scriptbewerking
tabblad Bewerken 
1 Klik op de knop Geselecteerd script bewerken om het dialoogvenster Scripteditor te openen.
2 Kies in het groepsvak Scriptopdrachten een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Modus:
Standaard — gebruikt de modus die is opgegeven in de opdracht Script uitvoeren.
Stil — slaat alle dialoogvensters over die aan die opdracht of actie zijn gekoppeld, tijdens het uitvoeren van het script. Gebruik deze modus wanneer u denkt dat het beter is om interactie met een dialoogvenster in het script te voorkomen.
Interactief — met deze optie kunnen gebruikers communiceren via dialoogvensters en andere instellingen.