Tekst opmaken
Met de opties voor tekstopmaak in PaintShop Pro kunt u het uiterlijk van tekst bepalen. U kunt deze opties instellen wanneer u vector-, raster- of selectietekst maakt. Als u vectortekst maakt, kunt u de tekst op ieder gewenst moment opnieuw opmaken door de instellingen voor tekstopmaak te wijzigen. U kunt de tekens of opmaak van rastertekst niet wijzigen. U kunt rastertekst alleen wijzigen met het selectiegereedschap.
U kunt de volgende tekstopties gebruiken om tekst op te maken:
Lettertype, Grootte, Eenheden, Lettertypestijl en Tekstopties — hiermee kunt u een lettertype, de grootte van het lettertype en de eenheden kiezen op basis van de bedoelde uitvoer (afdruk of web), plus de lettertypestijl (vet, cursief, onderstrepen of doorhalen) en tekstopties (Superscript, Subscript)
Tekstkleur — hiermee kunt u de vulkleur voor het lettertype instellen.
Streekbreedte en Streekkleur — hiermee kunt u de breedte en de kleur van de omlijning van het lettertype instellen.
Uitlijning — hiermee kunt u meerdere tekstregels centreren of uitlijnen op de linker- of rechtermarge en uitvullen toepassen
Richting — hiermee kunt u de horizontale of verticale richting van de tekst bepalen.
Spatiëring tekenpaar — hiermee kunt de ruimte tussen tekens wijzigen.
Regelafstand — hiermee kunt u de regelafstand wijzigen.
Tracking — hiermee kunt u een gelijke ruimte tussen tekens instellen.
Anti-alias — hiermee kunt u de randen van teksttekens vloeiend maken.
U kunt aanpassen welke besturingselementen worden weergegeven op het palet Opties voor gereedschap en welke besturingselementen worden verborgen in de vervolgkeuzelijst Meer opties.
Zie Het palet Materialen gebruiken voor meer informatie over het kiezen van kleuren voor de tekstomlijning en -vulling op het palet Materialen.
Vectortekst herkennen
Net als andere vectorobjecten kunt u vectortekst herkennen aan het vectorpictogram dat naast de tekst wordt weergegeven op het palet Lagen.
* Lettertypekenmerken wijzigen
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer de vectorteksttekens die u wilt wijzigen door ze te slepen.
Opmerking: U kunt ook de hele tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Voer in het palet Opties voor gereedschap een van de taken in de onderstaande tabel uit en klik op de knop Wijzigingen toepassen .
 
 
Als u dit wilt doen,
handelt u als volgt:
Het lettertype wijzigen
Kies een optie in de vervolgkeuzelijst Lettertype.
De tekengrootte wijzigen
Kies een optie in de vervolgkeuzelijst Grootte.
De maateenheid wijzigen voor het lettertype
Kies in de vervolgkeuzelijst Eenheden de optie Punten voor afgedrukte uitvoer of Pixels voor uitvoer voor het web.
De tekst vetgedrukt maken
Klik op de knop Vet .
De tekst cursief maken
Klik op de knop Cursief .
De tekst onderstrepen
Klik op de knop Onderstrepen .
Een lijn door de tekst zetten
Klik op de knop Doorhalen .
Superscript of subscript toepassen
Klik in het gebied Tekstopties op de knop Superscript of Subscript.
De vulkleur van het lettertype instellen
Klik op het staal Tekstkleur en kies een kleur.
De breedte van de omlijning van het lettertype instellen
Typ een waarde voor de omlijning in het vak Streekbreedte. Typ 0 als u geen omlijning wilt toepassen.
De kleur van de omlijning van het lettertype instellen
Klik op het staal Streekkleur en kies een kleur.
* Tekstuitlijning wijzigen
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer het tekstobject dat u wilt uitlijnen door het te slepen.
Opmerking: U kunt ook de hele tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Kies op het palet Opties voor gereedschap een van de volgende knoppen:
— lijnt de linkerrand van elke tekstregel uit op de beginpositie van de cursor
— centreert elke tekstregel op de beginpositie van de cursor
— lijnt de rechterrand van elke tekstregel uit op de beginpositie van de cursor
Uitvullen breidt de tekst uit tot de randen van de tekst, zonder de ruimte tussen tekens aan te passen.
Volledig uitvullen breidt de tekst uit tot de randen van het tekstvak, inclusief de laatste regel, door indien nodig de ruimte tussen tekens aan te passen.
4 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de knop Toepassen .
* Tekstrichting instellen
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer het tekstobject waarvan u de positie wilt aanpassen door het te slepen.
Opmerking: U kunt ook het hele blok tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Kies op het palet Opties voor gereedschap een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Richting.
Horizontaal en omlaag — tekst wordt horizontaal en op de daarop volgende regels onder de bovenste tekstregel geplaatst.
Verticaal en links — elk teken wordt verticaal geplaatst maar de daarop volgende regels worden links van de bovenste regel geplaatst.
Verticaal en rechts — elk teken wordt verticaal geplaatst, maar de daarop volgende regels worden rechts van de bovenste regel geplaatst.
4 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de knop Toepassen .
* De horizontale afstand tussen tekens wijzigen
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer de teksttekens waarvan u de afstand wilt wijzigen door ze te slepen.
Opmerking: U kunt ook de hele tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Geef op het palet Opties voor gereedschap een waarde op voor het besturingselement Spatiëring tekenpaar.
Opmerking: Als het besturingselement niet op het palet wordt weergegeven, klikt u op Meer opties .
Positieve waarden vergroten de spatiëring en negatieve waarden maken deze kleiner.
4 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de knop Toepassen .
Waarden voor tekenpaarspatiëring worden uitgedrukt als 1, wat gelijk is aan één em-spatie: de breedte van de hoofdletter M voor een bepaald lettertype en een tekengrootte.
Schakel het selectievakje Automatisch spatiëren in als u de ingebouwde spatiëringswaarden wilt toepassen op het huidige lettertype.
* De verticale ruimte tussen tekstregels wijzigen
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer de tekstregels waarvan u de afstand wilt wijzigen door ze te slepen.
Opmerking: U kunt ook het hele blok tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Geef op het palet Opties voor gereedschap een waarde op voor het besturingselement Regelafstand.
Opmerking: Als het besturingselement niet op het palet wordt weergegeven, klikt u op Meer opties .
Positieve waarden vergroten de spatiëring en negatieve waarden maken deze kleiner.
4 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de knop Toepassen .
* Een gelijkmatige ruimte tussen tekens instellen
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer de teksttekens waarvan u de afstand wilt wijzigen door ze te slepen.
Opmerking: U kunt ook de hele tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Geef op het palet Opties voor gereedschap een waarde op voor het besturingselement Tracking.
Opmerking: Als het besturingselement niet op het palet wordt weergegeven, klikt u op Meer opties .
4 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de knop Toepassen .
* De rafelige randen van tekst vloeiender maken
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Selecteer het tekstobject waarvan u de randen wilt aanpassen door ze te slepen.
Opmerking: U kunt ook de hele tekst selecteren door op Ctrl + A te drukken.
3 Kies in het palet Opties voor gereedschap een optie in de vervolgkeuzelijst Anti-alias:
Uit — er wordt geen anti-aliasing toegepast (de randen zijn rafelig).
Scherp — de randen van de tekst worden enigszins vloeiend gemaakt.
Vloeiend — de randen van de tekst worden zeer vloeiend gemaakt.
4 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de knop Toepassen .
Door anti-aliasing kan het aantal kleuren in een afbeelding toenemen, waardoor er 'verdwaalde' kleuren aan de randen van de tekst kunnen verschijnen. Door anti-aliasing is het mogelijk ook moeilijk om de bestandsgrootte te reduceren en de afbeeldingskwaliteit te behouden.
* Het palet Opties van het gereedschap Tekst aanpassen
1 Kies het gereedschap Tekst op de werkbalk Gereedschappen.
2 Klik op het palet Opties voor gereedschap op Meer opties .
3 Klik op Aanpassen en schakel de selectievakjes in voor de besturingselementen die u wilt weergeven op het palet in het dialoogvenster Opties weergeven/verbergen. Schakel de selectievakjes uit voor de besturingselementen die u alleen in de vervolgkeuzelijst Meer opties wilt weergeven.
4 Klik op Sluiten.