Het formaat van het doek wijzigen
Het afbeeldingsdoek definieert de afmetingen van de afbeelding (bijvoorbeeld 200 × 300 pixels) en is het werkvlak van de afbeelding. Als u meer doek nodig hebt om elementen aan een afbeelding toe te voegen, kunt u het afbeeldingsdoek vergroten. U kunt de doekgrootte ook verkleinen.
Zie Het formaat van afbeeldingen wijzigen als u het formaat wilt wijzigen door de grootte van de afbeelding aan te passen.
Wat is het verschil tussen het verkleinen van het doek en het bijsnijden van een afbeelding?
Het verkleinen van de doekgrootte is niet altijd hetzelfde als het bijsnijden van de afbeelding. Als u de doekgrootte verkleint van een afbeelding met lagen, worden de pixels buiten het nieuwe doek niet verwijderd; er wordt slechts een kleiner deel van de laag weergegeven. Achtergrondlaaggegevens worden altijd verwijderd, ook als de afbeelding nog andere lagen heeft.
* De doekgrootte wijzigen
tabblad Bewerken 
1 Kies Afbeelding Doekgrootte.
Het dialoogvenster Doekgrootte wordt weergegeven.
2 Schakel in het groepsvak Nieuwe afmetingen het selectievakje Hoogte-breedteverhouding vergrendelen in.
3 Typ of stel waarden in voor de bedieningselementen Breedte en Hoogte.
4 In het groepsvak Plaatsing klikt u op een knop om de plaatsing van de afbeelding op het nieuwe doek in te stellen of stelt u waarden in voor de bedieningselementen Boven, Onder, Links en Rechts.
De waarden geven de hoeveelheid doek aan die vanaf elke rand wordt toegevoegd of afgetrokken.
5 Klik op OK.
Als u het doek groter maakt, kunt u een kleur kiezen voor het extra stuk doek door te klikken op Achtergrond en een kleur te selecteren.
U kunt de hoogte en breedte onafhankelijk van elkaar vergroten of verkleinen door het selectievakje Hoogte-breedteverhouding vergrendelen uit te schakelen en waarden in te stellen voor de bedieningselementen Hoogte en Breedte.
Als u andere eenheden voor de rand wilt gebruiken, selecteert u de gewenste maateenheid in de vervolgkeuzelijst van het groepsvak Nieuwe afmetingen.