Aanpassingslagen gebruiken
Aanpassingslagen zijn correctielagen waarmee de kleur of tint van onderliggende lagen wordt aangepast zonder de afbeeldingslagen zelf te wijzigen. U kunt aanpassingslagen toevoegen om diverse kleurcorrecties of combinaties van correcties te testen. U kunt aanpassingslagen verbergen, verwijderen of bewerken.
Een aanpassinglaag heeft invloed op alle lagen die zich eronder bevinden. Een aanpassingslaag in een lagengroep heeft alleen invloed op lagen binnen de groep die zich eronder bevinden. Als u een aanpassingslaag op een enkele laag wilt toepassen zonder dat dit van invloed is op de onderliggende lagen, maakt u een lagengroep met één laag en plaatst u de aanpassingslaag boven deze laag in de lagengroep. Zo wordt alleen de laag in de lagengroep beïnvloed.
* Een aanpassingslaag toevoegen
tabblad Bewerken 
1 Klik op een laag op het palet Lagen.
Wanneer de aanpassingslaag wordt toegevoegd, verschijnt deze boven de geselecteerde laag.
2 Kies Nieuwe aanpassingslaag in de vervolgkeuzelijst op de werkbalk van het palet en selecteer een type aanpassingslaag.
In het dialoogvenster dat wordt weergegeven, ziet u in de voorbeeldvensters de ongewijzigde en gewijzigde versie van de afbeelding.
Als u de waarden wilt herstellen naar de standaardinstellingen, kiest u Standaard in de vervolgkeuzelijst Voorinstelling laden.
3 Klik op het tabblad Aanpassing en stel de waarden voor de aanpassingslaag in.
4 Klik op OK.
U kunt ook een aanpassingslaag toevoegen door Lagen Nieuwe aanpassingslaag te kiezen.
U kunt de standaardwaarden ook herstellen door te dubbelklikken op de aanpassingslaag en vervolgens te klikken op de knop Standaardwaarden herstellen in het dialoogvenster Eigenschappen.
* De overlay van de aanpassingslaag verbergen of weergeven
tabblad Bewerken 
Kies Lagen Overlay weergeven.
U kunt de overlay van de aanpassingslaag ook verbergen of weergeven door te klikken op de knop Maskergebied markeren op het palet Lagen.
* Een aanpassingslaag bewerken
tabblad Bewerken 
1 Dubbelklik op het palet Lagen op de naam van de aanpassingslaag die u wilt bewerken.
Het dialoogvenster Eigenschappen laag wordt weergegeven.
2 Klik op het tabblad Aanpassing en wijzig de instellingen voor kleur- en tooncorrectie.
3 Klik op het tabblad Algemeen om de algemene laageigenschappen zoals de laagnaam, mengmodus en dekking te wijzigen.
4 Klik op het tabblad Overlay en pas de kleur en dichtheid van de overlay aan.
De standaardoverlay is een rode, maskerachtige laag met een dekking van 50%.
5 Klik op OK.
U kunt het dialoogvenster Laageigenschappen ook openen door op Lagen Eigenschappen te klikken.