Lagen met illustraties gebruiken
Het gebruik van lagen is van onschatbare waarde als u met illustraties werkt. In de volgende tabel vindt u enkele voorbeelden.
 
Als u dit wilt doen,
handelt u als volgt:
Eenvoudiger wijzigingen aanbrengen
Maak afzonderlijke componenten op aparte lagen, zodat u ze gemakkelijker kunt bewerken. Als u bijvoorbeeld een illustratie heeft van een auto die over een weg door de bergen rijdt, maakt u de auto, de bestuurder, de weg en de bergen op aparte lagen.
Zie Lagen maken voor meer informatie.
Meerdere lagen samen op het afbeeldingsdoek verplaatsen
Koppel of groepeer lagen die samen moeten worden verplaatst. In het vorige voorbeeld zou u bijvoorbeeld de auto en de bestuurder koppelen, zodat wanneer u de auto naar links verplaatst, de bestuurder mee wordt verplaatst.
Zie Lagen koppelen voor meer informatie.
Grafische elementen bewerken
Maak van objecten die u wilt bijstellen of bewerken vectorobjecten op vectorlagen.
Zie Lagen maken voor meer informatie.
Opdrachten en effecten die alleen voor rasters zijn, toepassen op vectorobjecten
Maak een nieuwe laag met rasterkopieën van de vectorobjecten. Hiervoor dupliceert u de vectorlaag en zet u deze om in een rasterlaag. Schakel de zichtbaarheid van de vectorlaag uit als u op de rasterlaag wilt werken.
Zie Lagen dupliceren en kopiëren voor meer informatie over het dupliceren van lagen. Zie Alle lagen weergeven of verbergen voor meer informatie over het verbergen van lagen.
Experimenteren met wijzigingen
Maak een kopie van een laag en breng hierop wijzigingen aan. Kopieer andere lagen en breng hierop wijzigingen aan. Schakel de zichtbaarheid van lagen uit en in om te ontdekken welke laag het beste uitkomt voor de complete afbeelding.
Werk tussentijds opslaan
Bewaar kopieën van de verschillende stadia van transformaties en schakel de zichtbaarheid van deze lagen vervolgens uit. Door een kopie te bewaren kunt u later indien gewenst uw stappen nog eens nagaan.