Lagen met foto's gebruiken
Wanneer u een digitale foto of een gescande afbeelding opent, verschijnt de afbeelding op de achtergrondlaag. Voor de meeste fotografische verbeteringen (bijvoorbeeld bijsnijden, kleurcorrectie en retoucheren) hoeft u geen aanvullende lagen toe te voegen. Door lagen toe te voegen terwijl u werkt, kunt u echter aantrekkelijke effecten maken en eenvoudiger correcties aanbrengen. In de volgende tabel vindt u enkele voorbeelden.
 
Als u dit wilt doen,
handelt u als volgt:
Oorspronkelijke afbeelding bewaren voordat u wijzingen aanbrengt
Maak een duplicaat van de achtergrondlaag door Lagen Dupliceren te kiezen. Als u wilt werken op de duplicaatlaag, maakt u deze actief door hierop te klikken op het palet Lagen.
Kleur- en tooncorrecties aanbrengen
Gebruik aanpassingslagen in plaats van de afbeelding rechtstreeks te wijzigen. Zie Aanpassingslagen gebruiken voor meer informatie over het gebruik van aanpassingslagen.
Tekst of graphics toevoegen
Maak tekst en afbeeldingen (zoals lijnen en vormen) op vectorlagen zodat deze gemakkelijker te bewerken zijn. Zie Werken met tekst voor meer informatie over het toevoegen van tekst. Zie Vectorobjecten tekenen en bewerken voor meer informatie over vectorobjecten.
Effecten maken
Dupliceer de achtergrondlaag, pas een effect toe op het duplicaat en vermeng de twee lagen vervolgens door de dekking of mengmodi van de lagen te wijzigen.
Een schilderij maken
Gebruik een Tekenmateriaalgereedschap uit de werkbalk Gereedschappen en schakel het selectievakje Overtrekken in het palet Opties voor Gereedschap in. Hiermee maakt u automatisch een tekenmateriaallaag. Gebruik de tekenmateriaalpenselen om impressionistische effecten te maken.
Foto’s combineren tot een fotocollage
Open de foto's die u wilt combineren en bepaal welke afbeelding u als de basisafbeelding wilt gebruiken. Kopieer de andere afbeeldingen naar de basisafbeelding door op een afbeelding te klikken en Bewerken Kopiëren te kiezen, op de basisafbeelding te klikken en Bewerken Plakken als nieuwe laag te kiezen. Plaats elke laag met het gereedschap Verplaatsen .
Gebruik de dekkingsinstelling en mengmodus om te bepalen hoeveel van elke laag zichtbaar moet zijn. Gebruik een maskerlaag om delen van een laag te verbergen of zachte randen eromheen te maken.
Een panoramische foto maken
Neem een reeks foto's met een overlappend onderwerp.
Maak een afbeelding met een doek dat groot genoeg is voor het panorama en kopieer elke foto op een aparte laag. Verminder de dekking van de ene laag zodat u hier doorheen kunt kijken en gebruikt het gereedschap Verplaatsen om de randen van de volgende laag erop aan te sluiten. Nadat u alle lagen de juiste plaats hebt gegeven, stelt u de dekking ervan weer in op 100 procent.