Het gereedschap Plaatjespenseel gebruiken
Gebruik het Plaatjespenseel om te verven met een verzameling objecten. U kunt bijvoorbeeld vlinders en kevers toevoegen aan een picknicktafereel of een foto omlijsten met bloemen. Gebruik een van de plaatjespenselen die bij PaintShop Pro zijn inbegrepen, of maak uw eigen plaatjespenseel.
Met het Plaatjespenseel kunt u verschillende vooringestelde afbeeldingen toepassen op foto's om unieke effecten te maken.
Plaatjespenselen zijn PspTube-bestanden. Elk plaatjespenseelbestand bestaat uit een serie afbeeldingen die in rijen en kolommen zijn gerangschikt, cellen genoemd. Plaatjespenselen kunnen bestaan uit een onbeperkt aantal cellen. Wanneer u het Plaatjespenseel gebruikt, verft PaintShop Pro de ene na de andere afbeelding van een plaatjespenseel. Veel plaatjespenselen maken afzonderlijke afbeeldingen (zoals dieren), terwijl andere het effect van een doorlopende afbeelding (zoals gras) creëren.
Elk plaatjespenseelbestand bevat een serie afbeeldingen.
De elementen van plaatjespenselen zijn gemakkelijker te bewerken als u ze op een aparte laag verft. U kunt bijvoorbeeld aanpassings- of effectfilters toepassen op lagen met plaatjespenselen, zodat de effecten beter in de achtergrondafbeeldingen overvloeien.
Belangrijk! Plaatjespenselen kunnen niet worden gebruikt op vectorlagen.
Waar kan ik meer plaatjespenselen vinden?
U kunt uw eigen plaatsjespenselen maken. U kunt ook plaatjespenselen uit een eerdere versie van de toepassing gebruiken. Zie Plaatjespenselen uit eerdere versies van de toepassing gebruiken voor meer informatie.
U kunt ook gratis plaatjespenselen downloaden van internet door naar de website van Corel te gaan (www.corel.com) of door in een online zoekprogramma te zoeken met de trefwoorden 'free picture tubes'.
Belangrijk! Dit gereedschap werkt alleen op rasterlagen in grijswaardenafbeeldingen en afbeeldingen met 16 miljoen kleuren. Als u dit gereedschap op een rasterafbeelding met 256 kleuren of minder gebruikt, wordt de afbeelding automatisch omgezet naar de juiste kleurdiepte. Als u een vectorlaag wilt omzetten naar een rasterlaag, kiest u Lagen Omzetten in rasterlaag. Zie De kleurdiepte van een afbeelding uitbreiden voor meer informatie over het verhogen van de kleurdiepte van een afbeelding.
Instellingen voor plaatjespenseel
Als u op het palet Opties voor gereedschap op de knop Instellingen klikt, verschijnt het dialoogvenster Instellingen voor plaatjespenseel. In dit dialoogvenster kunt u de huidige instellingen op het palet Opties voor gereedschappen bijwerken en het uiterlijk van het huidige plaatjespenseel aanpassen. U kunt de instellingen echter ook permanent vastleggen door het vakje Opslaan als standaard voor dit plaatjespenseel in te schakelen.
Naam en pad van huidige plaatjespenseel — de naam en het pad van het plaatjespenseel worden boven aan dit dialoogvenster weergegeven.
Schikking van cellen — in de vakjes Cellen horizontaal en Cellen verticaal staat de huidige indeling van het plaatjespenseel. Het bereik van deze waarden is afhankelijk van de manier waarop het plaatjespenseel is gemaakt. Het veld Totaal aantal cellen bevat het product van de vermenigvuldiging van de waarde Cellen horizontaal en de waarde Cellen verticaal.
Plaatsingsopties — door het wijzigen van een van deze instellingen werkt u de bijbehorende instelling op het palet Opties voor Gereedschap bij. De instelling voor Schaal is slechts beschikbaar voor sommige plaatjespenselen.
Opslaan als standaard voor dit plaatjespenseel — schakel dit selectievakje in als u wijzigingen wilt opslaan die zijn aangebracht in het dialoogvenster Instellingen voor plaatjespenseel. Als u dit selectievakje niet inschakelt, zijn de wijzigingen alleen van toepassing op het huidige gebruik van het plaatjespenseel.
* Verven met een plaatjespenseel
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Plaatjespenseel op de werkbalk Gereedschappen.
2 In het palet Opties voor gereedschap selecteert u een plaatjespenseel in de vervolgkeuzelijst Plaatjespenseel.
Opmerking: In de meeste voorbeelden van plaatjespenselen staat de eerste afbeelding in plaats van alle afbeeldingen in het plaatjespenseel. Als u alle afbeeldingen wilt bekijken, selecteert u het gewenste plaatjespenseel en verft u met dit penseel of opent u het .PspTube-bestand met PaintShop Pro.
3 Wijzig desgewenst de volgende opties:
Schaal — bepaalt het percentage (10% tot 250%) voor het verkleinen of vergroten van elke afbeelding in het plaatjespenseel en het aanpassen van de schaal voor de stap.
Stap — de afstand in pixels (1 tot 500) tussen het midden van elke plaatjespenseelcel die u verft.
Plaatsingsmodus — de manier waarop afbeeldingen worden geplaatst: Kies Ononderbroken als u de afbeeldingen gelijkmatig wilt verdelen op stapgrootte of kies Willekeurig als u de afbeeldingen willekeurig wilt verdelen met intervallen die variëren van 1 pixel tot de stapgrootte.
Selectiemodus — bepaalt hoe PaintShop Pro afbeeldingen vanuit de cellen binnen het plaatjespenseel kiest. Hoekvormig selecteert afbeeldingen op basis van de richting waarin ze worden gesleept; met Stapsgewijs worden afbeeldingen een voor een geselecteerd van linksboven naar rechtsonder; met Willekeurig worden afbeeldingen willekeurig geselecteerd; met Drukgevoeligheid worden afbeeldingen geselecteerd op basis van de druk die u toepast op een drukgevoelig palet en met Snelheid worden afbeeldingen geselecteerd op basis van de snelheid waarmee u sleept.
Creëren als nieuwe rasterlaag — hiermee wordt voor elke klik of penseelstreek een nieuwe laag gemaakt. Dit is vooral handig wanneer u later afzonderlijke elementen met het Selectiegereedschap wilt verplaatsen of aanpassen.
4 Klik in het afbeeldingsvenster als u met één plaatjespenseelafbeelding wilt verven of sleep als u met meerdere plaatjespenseelafbeeldingen wilt verven.
U kunt het gedrag van het huidige plaatjespenseel verder aanpassen door op de knop Instellingen op het palet Opties voor gereedschap te klikken en de instellingen aan te passen in het dialoogvenster Instellingen voor plaatjespenseel.
* Een plaatjespenseel maken
tabblad Bewerken 
1 Kies Beeld Eigenschappen Raster, Hulplijn en Uitlijnen wijzigen.
2 Klik op het tabblad Raster.
3 In het groepsvak Instellingen huidige afbeelding typt of stelt u de Horizontale rasters en Verticale rasters in en klikt u op OK.
Opmerking: De waarden voor de rasterposities zijn de waarden in pixels voor de breedte en hoogte van de cellen. Afbeeldingen mogen niet groter worden dan deze celgrootte.
4 Kies Bestand Nieuw.
Het dialoogvenster Nieuwe afbeelding wordt weergegeven.
5 Stel de volgende opties in:
Afmetingen afbeelding — stelt een breedte en hoogte (in pixels) in die meervouden zijn van de horizontale en verticale rasterafstand. De breedte en hoogte van de afbeelding bepalen het totale aantal cellen in de afbeelding. Als de rasterafstand bijvoorbeeld 100 pixels is, maakt u een afbeelding van 400 pixels breed bij 300 pixels hoog. Met deze afmetingen ontstaan er 12 cellen (vier horizontaal en drie verticaal).
Afbeeldingskenmerken — Kies Rasterachtergrond als het laagtype, 8 bits/kanaal of 16 bits/kanaal als de kleurdiepte en schakel het selectievakje Transparant in.
6 Klik op OK.
Als het raster niet zichtbaar is, kiest u Beeld Raster.
7 Maak in elk rastervierkant één afbeelding. Deze vierkanten worden de plaatjespenseelcellen.
Als u de grootte van de cellen wilt veranderen, wijzigt u de rastergrootte en gebruikt u vervolgens de opdracht Doekgrootte.
8 Kies Bestand Exporteren Plaatjespenseel.
Het dialoogvenster Plaatjespenseel exporteren wordt geopend.
9 Stel de volgende opties in:
Schikking van cellen — Geef het aantal cellen horizontaal en verticaal op. Stel deze velden in overeenkomstig de afbeeldingsschikking die u in stap 7 heeft gemaakt. Het veld Totaal aantal cellen moet overeenkomen met het aantal afbeeldingen dat u in het plaatjespenseelbestand heeft geplaatst.
Plaatsingsopties — Kies de standaardopties voor dit plaatjespenseel. U kunt deze opties wijzigen wanneer u het plaatjespenseel gebruikt.
Naam plaatjespenseel — Voer de bestandsnaam van het penseel in. De extensie .PspTube wordt automatisch toegevoegd aan de bestandsnaam.
10 Klik op OK.
U kunt het gedrag van het huidige plaatjespenseel verder aanpassen door op de knop Instellingen op het palet Opties voor gereedschap te klikken en de instellingen aan te passen in het dialoogvenster Instellingen voor plaatjespenseel.
Als u één afbeelding als penseel wilt gebruiken, exporteert u de afbeelding als plaatjespenseel. Gebruik een celschikking met één cel horizontaal en één cel verticaal. De afbeelding moet één rasterlaag bevatten die niet de achtergrond is. Als u de achtergrond wilt omzetten naar een laag, kiest u Lagen Laag maken van achtergrondlaag. Kies het gereedschap Plaatjespenseel en selecteer het nieuwe plaatjespenseel dat u heeft gemaakt.
* Plaatjespenselen uit eerdere versies van de toepassing gebruiken
tabblad Bewerken 
1 Kies het gereedschap Plaatjespenseel op de werkbalk Gereedschappen.
2 Klik op het palet Opties voor gereedschap op de vervolgkeuzelijst Voorinstellingen en klik op de knop Bestandslocaties .
3 Klik in het dialoogvenster Bestandslocaties op Plaatjespenselen in de lijst Bestandstypen.
4 Klik op de knop Toevoegen.
Het dialoogvenster Zoeken naar map wordt geopend.
5 Kies de map waar de vorige versies van de plaatjespenselen zijn opgeslagen en klik op OK.
Het pad naar de map wordt toegevoegd aan de mappenlijst Plaatjespenseel.
6 Klik op OK.