Aan de slag : Beginnen met een leeg doek
 
Beginnen met een leeg doek
Als u een afbeelding vanaf een leeg doek begint, kunt u aangepaste projecten, zoals collages en schilderijen of tekeningen, samenstellen.
U kunt een voorinstelling zoals een standaardpagina, een fotoformaat of een banner voor uw Facebook-tijdlijn maken, of u kunt een aangepaste afbeelding maken. In het onderstaande gedeelte worden enkele van de beschikbare instellingen beschreven.
Er zijn twee soorten computergraphics: raster en vector. Met PaintShop Pro kunt u beide soorten afbeelding maken. U kunt ook een afbeelding maken met raster- en vectorlagen. Het is belangrijk dat u weet wat het verschil is tussen deze twee gegevenssoorten voordat u ermee aan de slag gaat.
Rastergraphics
Rasterafbeeldingen bestaan uit individuele elementen, pixels genaamd, die in een raster zijn gerangschikt. Elke pixel heeft een specifieke locatie en kleur. Als u rastergegevens vergroot, zijn de afzonderlijke pixels zichtbaar als gekleurde vierkantjes. Rasterafbeeldingen bevatten een vast aantal pixels. Wanneer u dus de afbeelding vergroot, vergroot u de weergavegrootte van de pixels. Hierdoor kunnen rasterafbeeldingen soms rafelige randen vertonen in plaats van vloeiende randen wanneer ze op het scherm vergroot worden of aanzienlijk vergroot worden afgedrukt.
Een object in een rasterafbeelding wordt door de pixels gedefinieerd. Zo bestaat de voordeur in een afbeelding van een huis uit een mozaïek van pixels op bepaalde plaatsen in de afbeelding. In bitmapafbeeldingen bewerkt u pixels in plaats van objecten of vormen.
Rasterafbeeldingen kunnen subtiele veranderingen in toon en kleur weergeven, zodat ze meestal gebruikt worden voor afbeeldingen zoals foto's en digitaal artwork.
Vectorgraphics
Bij vectorgraphics worden geometrische kenmerken (lijnen, curven en de betreffende locaties) gebruikt om objecten te definiëren. Zo bestaat een deur in een graphic van een huis uit een rechthoek met een bepaalde breedte en hoogte die op een specifieke locatie is geplaatst en met een bepaalde kleur is gevuld. In vectorafbeeldingen bewerkt u objecten in plaats van pixels.
Vectorgraphics verliezen niet aan duidelijkheid of detail wanneer ze worden geschaald of afgedrukt, ongeacht de wijziging van het formaat of de resolutie. Daarom zijn vectorgraphics geschikt voor technische illustraties of bedrijfslogo's.
Kiezen voor raster- of vectorgegevens
Met PaintShop Pro kunt u raster- en vectorgegevens op aparte lagen maken en bewerken. Met sommige gereedschappen kunt u rastergegevens maken (zoals penseelstreken met het Verfgereedschap) en met andere (zoals Tekst en Basisvormen) kunt u kiezen of u raster- of vectorgegevens wilt maken.
In het algemeen kunt u het beste vectorobjecten gebruiken als u het object als een apart element los van andere delen van de afbeelding moet bewerken. Als u bijvoorbeeld een ster aan een afbeelding toevoegt, kan het zijn dat u de grootte, kleur of locatie ervan wilt wijzigen. U kunt deze wijzigingen makkelijker aanbrengen als de ster een vectorobject is. U kunt rastergegevens maken op aparte lagen, die eenvoudig kunnen worden bewerkt of verplaatst.
Wilt u gereedschappen of opdrachten die alleen op rastergegevens werken (zoals de verfgereedschappen of de opdrachten onder Effecten) op vectorobjecten toepassen, dan kunt u een rasterselectie van een vectorobject maken.
Afbeeldingsgrootte, resolutie en kleurdiepte
Voordat u een nieuwe afbeelding maakt, moet u bedenken hoe u deze wilt gebruiken. Wilt u de afbeelding bijvoorbeeld op een website weergeven, als een e-mailbijlage versturen of afdrukken? Aan de hand hiervan bepaalt u de grootte, resolutie en kleurdiepte.
De afbeeldingsgrootte zijn de fysieke afmetingen van de afbeelding. Wanneer u een nieuwe afbeelding maakt of het formaat van een bestaande afbeelding wijzigt met PaintShop Pro, kunt u de hoogte en breedte van de afbeelding in pixels, inches, centimeters of millimeters opgeven.
Hier volgen wat richtlijnen voor de keuze van een maateenheid:
Als u van plan bent de afbeeldingen af te drukken, gebruik dan inches of centimeters. Wanneer u uitgaat van de definitieve afmetingen van de afbeelding, kunt u een afbeelding maken die op de pagina past.
Als u van plan bent de afbeeldingen te importeren naar een andere toepassing (bijvoorbeeld een toepassing voor tekstverwerking) en hiervan vervolgens het formaat wilt wijzigen en een afdruk wilt maken, kunt u alle opties gebruiken.
Als u van plan bent de afbeeldingen op het scherm weer te geven, gebruik dan pixels.
Nadat u een afbeelding heeft gemaakt, kunt u het formaat ervan nog wijzigen, maar dit kan tot verlies van afbeeldingsgegevens leiden. Zie Afbeeldingen retoucheren en herstellen voor meer informatie over het wijzigen van het afbeeldingsformaat.
De afbeeldingsresolutie wordt gemeten in aantal pixels per inch (ppi) of pixels per centimeter. Een lage resolutie kan leiden tot pixelachtige afbeeldingen, een probleem waarbij grote pixels een grove uitvoer opleveren. Een hoge resolutie vergt meer geheugen voor een afbeelding zonder dat dit een proportionele toename van de kwaliteit betekent.
De kleurdiepte: wordt gemeten in het aantal kleuren dat een pixel kan weergeven. De kleurinformatie van elke pixel wordt opgeslagen in bits (tussen de 1 en 48 bits). In een 1-bits afbeelding kan elke pixel slechts een van twee kleuren weergeven (zwart of wit). In een 24-bits afbeelding kan elke pixel 1 van 16 miljoen kleuren weergeven. Afbeeldingen met een kleurdiepte van 16 miljoen kleuren zien er goed uit, maar vereisen tevens meer geheugenruimte voor opslag en bewerking. Aangezien niet alle computermonitors 16 miljoen kleuren kunnen weergeven, wordt bij sommige bestandsindelingen het aantal ondersteunde kleuren beperkt. Afbeeldingen in GIF-indeling, een populaire indeling voor internetpagina's, bevatten bijvoorbeeld maximaal 256 kleuren (8-bits kleurdiepte).
Veel van de opdrachten in PaintShop Pro voor het toepassen van effecten en het corrigeren van afbeeldingen werken alleen op afbeeldingen met 16 miljoen kleuren. Daarom is het raadzaam om de meeste afbeeldingen met 16 miljoen kleuren te maken. Wanneer u klaar bent met een afbeelding, kunt u de kleurdiepte verminderen en de afbeelding in een andere indeling opslaan.
Wanneer u een nieuwe afbeelding in PaintShop Pro maakt, kunt u de afmetingen, de resolutie en het type graphic opgeven. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het type graphic dat u wilt maken. Bent u er niet zeker van welk type graphic u voor dit project nodig hebt of welke instellingen u moet kiezen, lees dan de informatie in de volgende procedure. Zie Schilderen en tekenen met de gereedschappen Tekenmateriaal voor meer informatie over het maken van kunstzinnige graphics.
Een afbeelding vanaf een leeg doek maken
tabblad Bewerken 
1 Kies Bestand Nieuw.
Het dialoogvenster Nieuwe afbeelding wordt geopend, waarin de pagina Leeg doek wordt weergegeven.
2 Klik op een van de categorieknoppen aan de linkerkant om een voorinstelling te kiezen. Voer de onderstaande stappen uit als u de voorinstelling wilt aanpassen of een aangepaste afbeelding wilt definiëren.
3 Typ of stel waarden in voor de volgende bedieningselementen in het groepsvak Afmetingen afbeelding.
Eenheden — bepaalt de maateenheid.
Breedte — bepaalt de breedte van de nieuwe afbeelding.
Hoogte — bepaalt de hoogte van de nieuwe afbeelding.
Resolutie — bepaalt het aantal pixels in de gekozen maateenheid.
Als u de vooringestelde afmetingen wilt gebruiken, kiest u een optie in de vervolgkeuzelijst Voorinstellingen.
4 Kies een van de volgende opties in het groepsvak Afbeeldingskenmerken:
Rasterachtergrond — geschikt voor de meeste graphics en verftoepassingen.
Vectorachtergrond — geschikt voor vectorgraphics.
Achtergrond tekenmateriaal — hier kiest u de gereedschappen van Tekenmateriaal.
5 Kies een optie in de vervolgkeuzelijst Kleurdiepte.
Als u de optie Rasterachtergrond heeft gekozen, kunt u een achtergrondkleur voor de afbeelding opgeven door op het kleurvak te klikken en een kleur te kiezen op het palet Eigenschappen van materiaal. Schakel het selectievakje Transparant in voor een transparante achtergrond (alleen voor 8-bits of 16-bits afbeeldingen).
Als u de optie Achtergrond tekenmateriaal hebt gekozen, kunt u de textuur van het doek kiezen in de vervolgkeuzelijst Selecteer de textuur van het doek. Als u een kleur voor het doek wilt kiezen, schakelt u het selectievakje Vulkleur inschakelen in, klikt u op het kleurvak en kiest u een kleur in het dialoogvenster Kleur.
6 Klik op OK.
In het veld Vereist geheugen staat de benodigde hoeveelheid geheugen voor de afbeelding. Het beschikbare geheugen op de computer moet minstens twee tot drie keer de waarde zijn die wordt weergegeven in het veld Vereist geheugen. U kunt het vereiste geheugen reduceren door de resolutie of de afmetingen van de afbeelding te verminderen.
Zie Het palet Materialen gebruiken voor meer informatie over het kiezen van kleuren of materialen.